Kringspelletjes

 

Jan Huigen in de ton.
Jan Huigen in de ton, met een hoepeltje erom
Jan Huigen, Jan Huigen
en de tonde begon te buigen, te buigen
en de ton die viel in duigen

We maken een kringetje van jongens en van meisjes.
We maken een kringetje van jongens en van meisjes
we maken een kringetjes van tra la la.
Maak nu een buiging, maak nu een buiging
bij de hand, bij de hand, pak je vriendje bij de hand
bij de hand, bij de hand, pak je vriendje bij de hand

Parapluutje, parasolletje.
Parapluutje, parasolletje, het enen voor de regen,
en het andere voor de zon, pardon

Daar liggen bolletjes in de grond te slapen (lente).
Daar liggen bolletjes in de grond te slapen, te slapen
daar liggen bolletjes in de grond, overal in ’t rond.
Wordt wakker bolletjes in de grond, ’t is lente, ’t is lente.
Hoor de vogels fluiten, zet de bloemetjes buiten

Ik wou dat ik een olifantje was.
Ik wou dat ik een olifantje was met hele grote oren
Een staartje als een vatenkwast
En een lange snuit van voren
Dan zou ik willen spelen in de grote dierentuin
Bij de leeuwen en de apen
En als het ’s avonds donker wordt dan ben ik echt niet bang
Want dan gaan de olifantjes slapen.
(alle kinderen gaan op de grond liggen en doen alsof zij slapen)

 In de kamer ligt een hamer.
In de kamer ligt een hamer
En die hamer heeft een kop
Klop, klop, klop zo doet de hamer
En ik sla er bovenop
(net doen alsof je op je vinger slaat)
Au, au, au

Ik ben een theebuik.
Ik ben een theepot rond van buik.
Dit is mijn oor en dat is mijn tuit.
Als het water kookt dan roep ik luid
til mij op en schenk mij uit